Archive

Monthly Archives: January 2012

Wij zijn uitgenodigd voor een huwelijksfeest in de Kleine Rug, een schiereiland naast een groot drinkwater-spaarbekken aan de noordoost rand van Dordrecht. Het is januari – 8 graden Celsius warm en het regent. Wij gaan met de fiets en volgen zo ver dat mogelijk is het water in de Delta.

Zelf wonen wij wel op een heel bijzondere plek, namelijk aan een van de weinige tussenboezem-gebieden.

Sloot tussenboezemVanuit de tuin kunnen wij met de kano, onder lage bruggen doorhengelend naar de Voor- of Achterplas (Rotterdam Noord) varen. Op deze plassen en de aangesloten sloten daaromheen, kunnen lager gelegen polders hun overtollig regenwater lozen. Vanuit de plas wordt het water bij een teveel via een klein onooglijk gemaaltje op de Rotte geloosd.

Tussenboezem plas Met de fiets vertrekken wij via de Straatweg, een spannende weg die tussen de twee plassen in ligt. Jammer genoeg is de straatgevel zo dichtgezet met bebouwing en hekwerken dat het daarachterliggende water nauwelijks zichtbaar is. Afbuigend naar de Rotte rijden wij de stad in.

Rotte

Opeens is de oude veenrivier die de stad zijn naam gegeven heeft verdwenen. Hier en daar duikt een singel op, maar een ruimtelijke koppeling met de loop van de Rotte is niet zo een twee drie te maken. Vanaf het boezemgemaal Schilthuis (Oostplein) voert een gigantische persleiding, de regen die onder anderen op ons huis en tuin gevallen is, naar de Nieuwe Maas af. Vanuit dit punt stroomt het regenwater via de Nieuwe Waterweg naar zee.

Gezien al dat buitendijkse gebied hier aan de rivier van Rotterdam verbaas ik mij toch telkens weer  – dat land en water zo dicht bij elkaar kunnen staan. Het water staat hoog, het is vloed, de wind huilt  – ruig Hollands weer! Wij pakken aan de kade aan de voet van de Erasmusbrug  de waterbus.

Nieuwe Maas

Wat een geweldig vervoersmiddel en je kunt op de boot gebruik maken van je OV-chip! Dat ding vaart met hoge snelheid landinwaarts. Grote rivierschepen passeren en ook aan de oevers liggen heel wat duwbakken, die grotendeels afgedankt lijken te zijn. Wat een bijzondere wereld – de schaal is zo anders – van planning/ ontwerp kan hier geen sprake meer zijn. Er valt heel wat op te ruimen. Verbaast ben ik ook over de grote gebouwen op het land die er als boten willen uit zien, waarom?

En die ferry maar scheuren het water zwiept langs de ruiten. Vlak voor Kinderdijk, dat langs de Lek ligt draait de boot het Noord op. Op de punt van het poldercomplex Alblasserwaard ligt een heuse Villa – wat een geweldige plek. Dordrecht is nu niet meer ver – al met al heeft de rit een klein uurtje geduurd.

Aankomen per boot in Dordrecht is fantastisch! Deze stad heeft een echt Waterfront te bieden. In Dordrecht stappen wij weer op de fiets zelf hier is het getij nog voelbaar. Het water staat erg hoog – nog eventjes en het spoelt over de kade, net als 3 weken geleden toen de kelders van het centrum van Dordrecht onder water stonden. Toen hadden ook polders vooral in het noorden van het land moeite de watermassa’s naar zee af te voeren. Doordat het water in de Waddenzee, opgestuwd door de wind hoog stond kon het polderwater dat via de boezem en het Lauwersmeer op het wad gespuid moest worden niet weg. De dijk leek het niet meer te houden – dorpen moesten geëvacueerd worden. Uiteindelijk ging alles goed en kon het water nog voor dat de dijk het begaf geloosd worden.

Al fietsend over de zeedijk, die als een verhoogd terras door tal van andersoortige wijken loopt kom je van alles tegen. Ook water. Naast rivierwater in het plan Tij, een woonwijken waarbij de waterstanden fluctueren, polders die deels onder water gezet zijn. De strook tussen rivier en dijk is wel 1 km breed en lijkt een experimenteel gebied te zijn geworden voor het wonen en recreëren met water. Het ziet er spannend  maar ook rommelig uit. Een eindje verderop  fietsen wij richting de rivier, om preciezer te zijn naar de zijtak van de Beneden Merwede. Deze zijtak heet Wantij. Het wantij is de plaats waar vloedstromen van twee zeegaten zich – hier vanuit de Beneden Merwede en de Merwede elkaar aan weerszijden van het eiland ontmoeten. Hier is de vloedstroom het zwakst en bezinkt het meeste slib. Er is op de plek wel sprake van eb en vloed, maar nauwelijks stroming, met als gevolg dat het wantij de meest ondiepe zone is. Dit natuurlijke proces is lang geleden tot stilstand gekomen, doordat de Merwede met een sluis afgesloten werd.

Met een sloep, waarop ook de fietsen geladen worden zetten wij over. Een hele groep mensen ontvangt ons al zwaaiende. En hier zitten wij dan de komende 24 uur. De plek is klein – buiten is het heel modderig door de aanliggende met hekken omzoomde spaarbekken is de bewegingsruimte nogal beperkt.

Drinkwaterbekken

Het is leuk om aan de mensen uit te leggen – er zijn veel buitenlanders bij- dat wij in een laag liggende Delta wonen en dat deze plek in open verbinding met de zee staat. Het is alsof wij op een boot zitten – om ons heen overal water. Afgelegen maar toch heel dicht bij de stad.

At the end of the story I notice that the text was written in Dutch  – sorry about that – next time I will do it in English.

Advertisements

Sometimes a blog should be daily news, like today, January 11, 2012. On my first Google search quest in today’s researching I stumbled on this beauty of a typographical landscape (Google). The (letter) types beautifully cut open the strata that compose the architecture of a landscape.

Michiel Pouderoijen dug up (googled?) that this layered 3d graphic honors the anniversary of Danish anatomist and geologist Nicolas Steno (1638 – 1686) aka Niels Stensen in his Danish language. Steno did not only study anatomy in a time when this was almost a crime still in Italy, but also became known as the “… father of stratigraphy.” … “Steno’s ‘law of superposition,’ — simply put — says that the oldest rock layers are sequentially deposited on the bottom unless otherwise disturbed.” (Cavna) . He also connected fossils with this idea of time being inscribed into the landscape. In his time, long before Darwin, even introducing history into nature was almost a crime. But (just like Darwin) Steno was also blessed with good faith in God and somehow he became blessed by the catholic church in the 20th century anyways (Wikipedia).

For us, 21st century landscape architects and urbanists the daily applying of various layer models is almost as common as the use of Google for anybody. We tend to forget that both ways of intellectual digging – googling and layering – are methods made possible only by great achievements of science.

If you want to know more about this specific finding in history, just dig for it in Google. Only today it’s on the top layer.

Google 2012 http://www.google.com accessed 11.1.2012

Cavna, M. 2012 http://www.washingtonpost.com/blogs/comic-riffs/post/nicolas-steno-google-doodle-logo-digs-deep-to-celebrate-danish-father-of-geology/2012/01/10/gIQA9YNkpP_blog.html accessed 11.1.2012

Wikipedia http://en.wikipedia.org/wiki/Nicolas_Steno accessed 11.1.2012

“People feel better outside than inside”. “People feel better in the park/woods/nature than in the city”. These are some of the conclusions from a project with the telling title ‘Mappiness’ Good news for landscape and Landscape Architecture on first sight. But are these only one-liners or firmly based scientific statements? Well, that depends on the quality of the empirical evidence of course. Most experience sample methods (ESM) have a hard time getting a representative group (in the end almost only colleagues) that has to struggle trough tedious interview forms (“it will take only twenty minutes”) to step-by-step end up with modest results. How about a sample group of 47.331 people (and growing by the day) who willingly support their data three times a day to the researchers that by now collected over three million forms in a few months? I stumbled upon these remarkable Experience research feats in a TedxBrighton 2011. In this “Twenty minutes lecture” George MacKerron explains why and how he and Susana Mourato (both from the Department of Geography & Environment at the London School of Economics and Political Science) created ‘mappiness’. They want to better understand how people’s feelings are affected by features of their current environment. Things like air pollution, noise, and green spaces influence your well being is their hypothesis.
This is how it works. They developed an app that can be downloaded for free. It must be one of the most irritating apps around on the web because it rings you (with your approval, you can influence the settings) three times a day to ask you three simple questions. The screen looks like this:

How do you feel? You can shift a slide on the Happy-scale from ‘Not at all Happy’ to ‘Extremely Happy’ A glider on the Relaxed-scale from Not at All to Extremely and finally you can shift on a scale How Awake you are from Not at All to Extremely awake. (In my case being awake or not is rather digital, but this might be different in the UK where the research is focused). Then, if you are able to, you may take a photograph that is transferred with your answers to the Mappiness server. The tricky thing is of course that, with every response you provide, with every shot you make, your bearings are also exactly known thanks to the GPS in your phone. Furthermore Mappiness uses the microphone of your mobile to measure the ambient noise level. For you personally it gives feedback on the development of your personal happiness including when, where and with whom you’re happiest. For the research the data together show a wealth of information and a lot of conclusions that can be drawn from it are far from exhausted. The GPS data show that the whole of the UK is almost completely covered by contributors.

When these guys put it through a big regression model they can gauge the happiness as the function of habitat type, activity, companionship, weather conditions (there is of course a link between meteorological data and the GPS data), daylight conditions, location type (in, out, home, work, etc), ambient noise level, time of the day, response speed, and individual ‘fixed-effects’ (that come out of your personal Mappiness-history).
Factors can be plotted out against each other. Not only the researchers conclude that outside people feel happier than inside, they can even, thanks to the GPS, focus it to the landscape type. Marine shores and margins score best with between 2,5 and 6,5 more points then the average urban happiness. Waste land between minus 1 and + 2 points is tailing the list of the outdoors. Amazing for me is the score of broad leaved and mixed forests (between 1,5 and 2,5 above average urban) is considerable lower then coniferous forests (not my taste, but ranging between 2,5 and 6,4 above the average). One can immediately see that these observations are highly culture specific, and of course people wouldn’t be so enthusiastic about the outdoors if there wasn’t a city or a house to come home to and yes, there will be a bias because the group that owns a smart phone might not be completely representative and yes this will open up opportunities for governments to measure happiness and more important to figure it into its policy making and yes again there is the danger of the domination of the ‘gesundenes Volksempfinden’ But before we start summing up all the dangers and disadvantages chapeau for these two geographers. I think we should see it as a breakthrough in Experience research that can develop in a powerful tool for planners and landscape architects.The possibilities are almost limitless if this instrument will mature out of its growing pains. Think of an application and enter this blog! Let’s introduce it in the Netherlands (or make it global) I would say.

Mappiness website