Archive

Author Archives: Inge Bobbink

In February 2013, MSc students of Landscape Architecture were taken to the Nieuwland Museum in Leystad for a three day workshop, led by an artist. Cora Jongsma, who has worked extensively with felt, introduced students to the fascinating similarities between two seemingly incongruent occurrences: the creation of felt from wool and the creation of polders.

Exhibition by Cora Jonsma in Nieuwland Erfgoedcentrum, LelystadExhibition by Cora Jongsma in Nieuwland Erfgoedcentrum, Lelystad

“Essentially, polders are created when water is pumped out of land. Similarly, to create felt, wet wool is flattened with a rolling pin. The constant rolling shrinks the fabric to create a smooth surface,” explains Inge Bobbink, coordinator of education at the Chair of Landscape Architecture. “Going through the process of making this fabric themselves gave students an insight into the process of how polders were created and how the land subsided due to the fact of drainage,” she adds.

During the course of the workshop students were first taught how to make felt and then about mixing colours, creating layers and texturing. On the final day they were asked to recreate a part of ‘their’ polder using the felt and colours made by them. Each student works parallel to the workshop on a design for ‘a recrational waterlandscape’ in a polder.

WoolSketching landscape structureTesting felt landscapeThe final effect of the workshop is definitely remarkable. As Bobbink walks us through the exhibition, the scraps of fabric begin to make sense. One is a landscape surrounded by crisscrossing water bodies; the fabric has been dyed in different hues of blue to create a sense of depth. Another is a greener landscape – a park on a polder. One looks like a prize-winning landscape garden.

The tableOverall, it is equal parts scientific and aesthetic. “The making of felt is for me the same as cultivating the landscape… I keep this natural process in mind with my Experimental Polders of Felt, with the only difference that felt softens instead of hardens… I try, as an alchemist, to transform the area into gold, and to say the least, in felt,” says Jongsma, in an introduction to the workshop.

Bobbink says that since the workshop she has noticed a marked improvement in how the students engage with the course. That’s not all. “Playing with designs, using technical know-how with imagination is something that will be handy to them in the long run as landscape artists,” she adds.

Interview by Damini Purkayastha from DELTA

Proeftuinen van Vilt on Cora Jongsma’s website

Advertisements

Smallest polder - plan overview

Polder Garden – bird’s eye view Campus Delft

Last year Michael van der Meer, the director of the Science Centre and Rolf Hut from the Faculty of Civil Engineering asked us to design the ‘smallest polder of the Netherlands’ at the Campus of TU Delft. We invited 5 students (Lowin van der Burg, Marij Hoogland, Linda Nijhof, Emma Ottevanger and Cem Steenhorst) from the faculty of Architecture, who invested quite some time next to their regular study program, to make a design. Denise Piccinini and myself from the department of Landscape Architecture coached them.

The project should demonstrate, especially to foreign guests and children, who visit the Science Centre, a typical piece of the man-made Dutch landscape.

Furthermore the polder should explain the principles of water management of the lowlands. Rain drops fall into the polder, are collected in the ditches, flow to the main canal and are discharged via the screw pump onto the ring canal that surrounds the polder.

Since the polder is very small and situated next to the Science Centre, neighboring a future international housing block we decided to design the polder as being garden. The image of the design should convince decision makers who are involved in planning process of TU Delft campus, that this Polder Garden can become an educational and spatial interesting hotspot. And moreover the first polder we, the Dutch, build in the Netherlands after having finished South Flevoland in 1968!

The girl next door enters our livingroom, drops down on a chair and looks out into the garden. ‘He, you have a new tree!’ I look out of the window – a new tree? But instantly I understand what she is looking at – our Rhus Typhina (azijnboom) – it looks like it is set on fire, just like the whole garden is. These colours are amazing! Talking to friends from England, Germany and other parts of the Netherlands we conclude that during this autumn (2012) the colours of trees and shrubs are exceptional intense. This fact probably can be explained by whether circumstances.

In the mean time I ask myself why for example grass is not colouring that much, it still looks green to me. Imagine cows grazing on red grass! Wow, the world would go crazy.

Green is associated with freshness and is emotional speaking the colour of hope and peace. And as we know green is the most common colour in nature. The match between our emotions and the main colour of nature doesn’t seem to coincide. Technically speaking plants are green because of their chlorophyll. The question remains, why do trees and shrubs discolour in autumn? Of course the biochemical process of withdrawing the chlorophyll can explain it. But more interesting, what is the impact of this process to our heart? I am, and so do all the others I spoke to, enjoying these autumn colours very much, seeing these bright yellows and reds delivers energy. These colour explosions might help us to overcome the coming long, dark cold winter. Or … are there any other suggestions?

As persons interested in landscape and landscape architecture we could call ourselves lucky to work with colour and/or enjoying them. Working with, and enjoying colours, is next to working with time processes, with movement, with smell and taste very specific to landscape architecture. Therefore these aspects should have a prominent position within the curriculum of our master of Landscape Architecture. Please let me know if you agree.

Enjoy the autumn and get inspired!

Wij zijn uitgenodigd voor een huwelijksfeest in de Kleine Rug, een schiereiland naast een groot drinkwater-spaarbekken aan de noordoost rand van Dordrecht. Het is januari – 8 graden Celsius warm en het regent. Wij gaan met de fiets en volgen zo ver dat mogelijk is het water in de Delta.

Zelf wonen wij wel op een heel bijzondere plek, namelijk aan een van de weinige tussenboezem-gebieden.

Sloot tussenboezemVanuit de tuin kunnen wij met de kano, onder lage bruggen doorhengelend naar de Voor- of Achterplas (Rotterdam Noord) varen. Op deze plassen en de aangesloten sloten daaromheen, kunnen lager gelegen polders hun overtollig regenwater lozen. Vanuit de plas wordt het water bij een teveel via een klein onooglijk gemaaltje op de Rotte geloosd.

Tussenboezem plas Met de fiets vertrekken wij via de Straatweg, een spannende weg die tussen de twee plassen in ligt. Jammer genoeg is de straatgevel zo dichtgezet met bebouwing en hekwerken dat het daarachterliggende water nauwelijks zichtbaar is. Afbuigend naar de Rotte rijden wij de stad in.

Rotte

Opeens is de oude veenrivier die de stad zijn naam gegeven heeft verdwenen. Hier en daar duikt een singel op, maar een ruimtelijke koppeling met de loop van de Rotte is niet zo een twee drie te maken. Vanaf het boezemgemaal Schilthuis (Oostplein) voert een gigantische persleiding, de regen die onder anderen op ons huis en tuin gevallen is, naar de Nieuwe Maas af. Vanuit dit punt stroomt het regenwater via de Nieuwe Waterweg naar zee.

Gezien al dat buitendijkse gebied hier aan de rivier van Rotterdam verbaas ik mij toch telkens weer  – dat land en water zo dicht bij elkaar kunnen staan. Het water staat hoog, het is vloed, de wind huilt  – ruig Hollands weer! Wij pakken aan de kade aan de voet van de Erasmusbrug  de waterbus.

Nieuwe Maas

Wat een geweldig vervoersmiddel en je kunt op de boot gebruik maken van je OV-chip! Dat ding vaart met hoge snelheid landinwaarts. Grote rivierschepen passeren en ook aan de oevers liggen heel wat duwbakken, die grotendeels afgedankt lijken te zijn. Wat een bijzondere wereld – de schaal is zo anders – van planning/ ontwerp kan hier geen sprake meer zijn. Er valt heel wat op te ruimen. Verbaast ben ik ook over de grote gebouwen op het land die er als boten willen uit zien, waarom?

En die ferry maar scheuren het water zwiept langs de ruiten. Vlak voor Kinderdijk, dat langs de Lek ligt draait de boot het Noord op. Op de punt van het poldercomplex Alblasserwaard ligt een heuse Villa – wat een geweldige plek. Dordrecht is nu niet meer ver – al met al heeft de rit een klein uurtje geduurd.

Aankomen per boot in Dordrecht is fantastisch! Deze stad heeft een echt Waterfront te bieden. In Dordrecht stappen wij weer op de fiets zelf hier is het getij nog voelbaar. Het water staat erg hoog – nog eventjes en het spoelt over de kade, net als 3 weken geleden toen de kelders van het centrum van Dordrecht onder water stonden. Toen hadden ook polders vooral in het noorden van het land moeite de watermassa’s naar zee af te voeren. Doordat het water in de Waddenzee, opgestuwd door de wind hoog stond kon het polderwater dat via de boezem en het Lauwersmeer op het wad gespuid moest worden niet weg. De dijk leek het niet meer te houden – dorpen moesten geëvacueerd worden. Uiteindelijk ging alles goed en kon het water nog voor dat de dijk het begaf geloosd worden.

Al fietsend over de zeedijk, die als een verhoogd terras door tal van andersoortige wijken loopt kom je van alles tegen. Ook water. Naast rivierwater in het plan Tij, een woonwijken waarbij de waterstanden fluctueren, polders die deels onder water gezet zijn. De strook tussen rivier en dijk is wel 1 km breed en lijkt een experimenteel gebied te zijn geworden voor het wonen en recreëren met water. Het ziet er spannend  maar ook rommelig uit. Een eindje verderop  fietsen wij richting de rivier, om preciezer te zijn naar de zijtak van de Beneden Merwede. Deze zijtak heet Wantij. Het wantij is de plaats waar vloedstromen van twee zeegaten zich – hier vanuit de Beneden Merwede en de Merwede elkaar aan weerszijden van het eiland ontmoeten. Hier is de vloedstroom het zwakst en bezinkt het meeste slib. Er is op de plek wel sprake van eb en vloed, maar nauwelijks stroming, met als gevolg dat het wantij de meest ondiepe zone is. Dit natuurlijke proces is lang geleden tot stilstand gekomen, doordat de Merwede met een sluis afgesloten werd.

Met een sloep, waarop ook de fietsen geladen worden zetten wij over. Een hele groep mensen ontvangt ons al zwaaiende. En hier zitten wij dan de komende 24 uur. De plek is klein – buiten is het heel modderig door de aanliggende met hekken omzoomde spaarbekken is de bewegingsruimte nogal beperkt.

Drinkwaterbekken

Het is leuk om aan de mensen uit te leggen – er zijn veel buitenlanders bij- dat wij in een laag liggende Delta wonen en dat deze plek in open verbinding met de zee staat. Het is alsof wij op een boot zitten – om ons heen overal water. Afgelegen maar toch heel dicht bij de stad.

At the end of the story I notice that the text was written in Dutch  – sorry about that – next time I will do it in English.